Uitgelicht

Cadeaubonnenhorror

EN TOEN brak de nationale verlanglijstenpaniek weer uit. De bomma vraagt wat je graag wil voor kerstmis, en je hebt geen bal inspiratie. En dus grijpen we massaal terug naar… cadeaubonnenhorror. Dé decemberwensen van de gemiddelde Vlaming zijn namelijk statistisch gezien: (1) kledingbon, (2) parfumbon en (3) zzzz wacht ik lig al in slaap. Als je dan doorvraagt is het antwoord gegarandeerd die hemeltergende, staalharde leugen: ‘Jamaar, ik héb alles al…’

ILLU verlanglijst.jpg
Het meest typische verlanglijstje van het land (Bron: mijn frigo)

Als het dan toch moet, die cadeautjesmaand, laat ons dan al die generieke inwisselbaarheid een halt toeroepen. Laat ons dit jaar eens voor een relevant, straf verlanglijstje gaan. Laat die –je maar weg. Een LIJST. Die leest als een wereldreis, of toch op zijn minst een goeie boswandeling. Een kunstwerk van dromen en wensen. Een plezier voor schenker én ontvanger. En liefst niet alleen in december, maar het hele jaar door. En niet alleen voor jezelf, maar ook voor je kind, je ouders, je zus, je lief en je beste vrienden. Dit is hoe.

De Zeven IJzeren Wetten van het Perfecte Verlanglijstje

1. Verlang 24/7

Je wil elke dag wel wat. De sleutelhanger van Simonneke uit Thuis. Een weekend in een B&B waar je collega maar niet over kan zwijgen. De parfum die je je deze maand niet meer kan permitteren. Dé truc: gedisciplineerd elk van die verlangens metéén noteren. Zo obsessief dat het een sport wordt. Dat permanent bijhouden van je materiële wensen is ook therapeutisch. Als je ’t genoteerd hebt, voelt het bijna alsof je het – met enig uitstel – gekocht hebt. Beter voor je portefeuille, en je nachtrust.

2. Koop je brol zelf

Dingen als ‘een grote doos Dash’ of ‘jaarlijks onderhoud mazoutketel’ horen niet thuis op een verlanglijstje. In Jezusnaam: leer ’s genieten. Voor al die grijzige huis-, tuin- en keukenuitgaven gebruik je je eigen geld. Voor magische toevoegingen aan je leven als ‘een grote doos verse artisanale macarons’ of ‘schaalmodel Apollo 11 incl. maan’ of ‘erotische briefopener’ gebruik je het geld van een ander. Zelfde bedragen, tien keer meer levenskwaliteit.

“Alleen een lijst van verlangens die je constant aanvult en bijschroeft, verdient de naam wish list. Anders is het gegarandeerd een flauwe herkauwing van de laatste drie online advertenties die je hebt weggeklikt.”

3. Verlang digitaal

Een levend, toegankelijk verlanglijstje is geen Post-it op de koelkastdeur. Het zit in de Cloud, en is idealiter permanent toegankelijk voor iedereen die jou een plezier zou willen doen. Je kan lijstjes-apps als Evernote of Wunderlist gebruiken, of eender welke app waarin je lief en jij de boodschappenlijst bijhouden. Of lekker foto’s op een Pinterest-prikbord verzamelen. Jezelf mails sturen en die bijhouden in een speciale Outlook-map, waar je uit kan putten wanneer het nodig is. Met hyperlinks erbij, als het even kan meteen naar de juiste online winkel.

“In ‘hippe sweater’ kan je zowel ‘Zeeman’ als ‘Gucci’ lezen. En als je de bomma laat kiezen…”

4. Verlang in een ander zijn plaats

‘Hoe… hoe wist je dat ik dat nodig had?’ Als dat het effect is waar je naar op zoek bent komende Kerst, dan moet je dringend geheime lijstjes beginnen bijhouden voor je familie en naaste vrienden, naast dat van jezelf. Hoor je oma in mei mompelen ‘ik zou toch echt ’s een vergrootglas moeten kopen om de post te lezen’? Meteen stiekem bewaren in je telefoon, en scoren in december! Of beter nog: als je lief heel erg graag die wandklok uit de designwinkel wil, moet je ter plekke vooral doen alsof je ze spuuglelijk vindt. De klok, niet je lief. En dan achter zijn/haar rug stiekem teruggaan om ze alsnog te kopen. Laat vooral je aandacht nooit verslappen.

5. Gebruik je fantasie

Wat geef je nu het liefst: een ‘bon van de Collishop’, of ‘zes flessen rode wijn, bij voorkeur Argentijnse Malbec’? Zelfde winkel, nochtans. Als je ‘boekenbon’ kan schrijven, waarom dan niet ‘het beste boek dat je ooit hebt gelezen’? Zelfde resultaat, alleen wat spannender en een pak uitdagender voor de schenker. Ook als die nooit verder is geraakt dan de strips van FC De Kampioenen: wie weet welke wereld gaat er voor je open!

“Wie zich in december in het haar moet krabben om 3 dingen te bedenken die hij/zij graag onder de boom wil aantreffen, heeft 334 dagen lang niet opgelet.”

6. Zorg voor publiek

Ga ervan uit dat je vrienden en familie geen ene reet moeite hebben gedaan om je wensen een heel jaar lang te detecteren en bijhouden, zoals jij vanaf nu wél zal doen. Zorg dat die luiaards makkelijk toegang hebben tot je wensenlijst. Liefst online dus, maar een centraal leesbaar dubbelzijdig A4’tje op het prikbord kan ook. Wat eveneens helpt is zorgen dat minstens één iemand over de laatste update-met-extra-gedetailleerde-info beschikt, zodat de bomma daar altijd cadeau-advies kan gaan vragen.

7. Voor elk wat wils

Op je lijstje mag gerust ‘Ferrari rijden in Monaco’ of ‘op maat gebouwde boomhut met glijbaan en brandweerpaal’ staan. Je weet nooit of er zich toevallig een Lottowinnaar in de familie schuilhoudt. Of een paar gulle schenkers die samenleggen voor een iets duurder cadeau. Maar vergeet natuurlijk ook de kleine, fijne geneugten van het leven niet. Als je een elegante uitweg voor elk budget zoekt zonder cadeaubonnenhorror, zet er dan vooral even bij: ‘Eender welke gift aan Vluchtelingenwerk Vlaanderen‘. Heb ik vorige Kerst als enige item op mijn verlanglijstje gezet, en heeft een flinke duit opgebracht voor het goede doel. Want sja: ik héb alles al…

ILLU kerstboom.jpg
Als een cadeaubon een kerstboom zou zijn, zou die er zo uitzien. Vrolijk Kerstfeest.

Piet te zwart? Sint te wit!

EN TOEN was ze oud genoeg voor poppen. Ze heeft er intussen een stuk of vier, en ze heten allemaal Baby. Lekker makkelijk. Een halfuur kopje onder in bad, naakt en ondersteboven in de poppenwagen mee naar de Carrefour: de Baby’s laten het zich allemaal welgevallen, en Jasmijn ontwikkelt langzaam maar zeker een ravissant moederhart, om bij weg te smelten.

Ethnic my ass

Toch is er ook een zure kant aan die poppen. Eén van de vier is bruin. Bijna exact hetzelfde bruin als mijn dochter zelf, kijk maar:

ILLU pop bruin.jpg
Waterboarding. Hobby van d’r.

De Zapf Baby Born badpop. Een klassieker. Ze bestaat in drie huidskleuren: blank, lichtbruin en donkerbruin. Ik had ze snelsnel gekocht voor Jasmijns tweede verjaardag, zonder echt naar de verpakking te kijken. Ik was al blij dat ik ongeveer haar evenbeeld had gevonden. Bruine Baby was meteen haar beste maatje, iedereen blij.

Het was dus pas deze week dat me iets opviel, toen ik met Jasmijn in de lokale Fun tussen de poppen naar accessoires voor Bruine Baby aan het zoeken was. Daar stonden ze, zusterlijk naast elkaar in hun doorkijkdoos: zelfde poppen, drie verschillende huidtinten. Ik moest even met mijn ogen knipperen toen ik het volgende opmerkte. Op de verpakking van de witte pop staat niks, alleen het merk. Op de verpakking van Jasmijns kleurtje staat in vette roze letters: ETHNIC.

ILLU pop ethnic.jpg
What. The. Fuck. Gelukkig wel allebei €49,99.

Dus, meneer Zapf. Blank is de neutrale standaard? En de huidskleur van mijn dochter is “etnisch”? Wat research leert dat ook Bart Smit en Bol.com – net als wellicht vele anderen – de pop expliciet als “ethnic” labelen. Even naar vandale.be:

et·nisch (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) wat een volk betreft; volkenkundig”

De pop met de huidskleur van mijn dochter is helemaal niet etnisch. Of net wel: álle poppen zijn namelijk etnisch. Ze hebben qua voorkomen en kleur allemaal hun wortels in een bepaald volk, of dat nu blank, groen of zwart is. Dus die schattige fuchsia lettertjes “ethnic” zijn op zijn minst bedenkelijk. En in het slechtste geval zelfs gewoon racisme.

Play right, play white?

En dat is nog maar het topje van de ijsberg. Dit is hoe poppenafdelingen bij grote speelgoedketens er gemiddeld uitzien:

 

ILLU poppen wit.jpg
Ik was die rare fotograferende poppenfestisjist in je favoriete speelgoedwinkel, sorry.

Wit, wit, wit zover het oog reikt. Als je dat rare poppen-oranje al wit kan noemen, overigens. Er zijn een paar gebronzeerde Barbies, maar die koop je dan weer niet omdat je kind de dag erna een wespentaille wil. Over het algemeen is blank dus de maatstaf. In de meeste mainstreamketens is de Ethnic-pop van Zapf zielig genoeg één van de weinige alternatieven. Gelukkig zijn er een pak kleinere speelgoedwinkels waar duidelijk wel aankopers met realiteitszin werken. In den Olifant in Antwerpen, bijvoorbeeld. Of ’t Bazarke in Mortsel, waar ze een mooie collectie poppen van Corolle hebben, die in alle huidskleuren bestaan.

Met december in aantocht vallen ook de vuistdikke catalogi in de bus. ’t Dikke Speelgoedboek van Bart Smit bijvoorbeeld. 141 kinderen staan er in die folder, in allerlei fasen van extase spelend met de laatste nieuwe gadgets (geen nood, ik heb dat niet geteld op kosten van de belastingbetaler, ik heb me een week thuis zitten vervelen met bronchitis). Van die 141 kindmodellen zijn er met veel goeie wil dertien niet blank. En dan zie ik er een paar door de vingers bij wie het gewoon zonnebank zou kunnen zijn.

ILLU pop babybedje.jpg
“Plak een stickertje bij alles dat je graag van de Sint wil krijgen, schattie!”

Of deze, van de website van – toevallig, want ze zijn heus niet alleen – dezelfde keten. Zes mooie donkerbruine poppen, met hippe kleren. En toch maakt Bart Smit ervan: “Vrolijke houten poppenfamilie uit Afrika.” Waarom moet dat nou weer? Bij blanke poppen staat toch ook niet dat ze uit Oostende of New York komen? Die bruine poppen kunnen toch net zo goed Tim en Larissa van om de hoek zijn?

ILLU pop bartsmit.jpg
Vrolijk. Dat vond mijn oma zaliger ook van de Congoleesjes op de Wereldtentoonstelling van 1958.

In de omschrijving maakt Bart Smit het nog ranziger, want die begint met “Heb jij nog plaats in het poppenhuis voor deze gezellige familie?” Nee, natuurlijk niet, Bart Smit. Want in het poppenhuis wonen mijn witte poppen al, en die waren hier eerst, en vol is vol, dus weet je wat: dat ze het eens in Calais of Duinkerke proberen, die vrolijke houten poppenfamilie uit Afrika. Kom. Aan. Dudes. Jullie bedoelen dat vast niet slecht, maar dit is in 2016 toch gewoon fout?

Tijd voor de volgende stap

Kortom: is dit wat Sinterklaas gaat brengen, in december? Een schoentje vol hypertraditionele wereldbeelden? Vooroordelen in kinderformaat, een hopeloos achterhaalde zucht naar de uniforme maatschappij van de fifties, die noch de generatie van jonge ouders noch hun nageslacht ooit gekend zullen hebben?

Vergis je niet: zo’n Bart Smit of Fun levert natuurlijk gewoon wat wij, de klant, vragen. Dus Sinterklaas, als u dit leest: steek de hand even in eigen boezem.

We hébben gekleurd en divers speelgoed, da’s stap één. Goed zo. Al mag het nog wat meer zijn. Stap twee is dat we er met z’n allen effe normaal over gaan doen. In deze grote, boze wereld méér dan ooit. Zelfs als dat een beetje pijn doet aan onze tradities. Anders zou de kloof tussen waar onze kinderen nu mee spelen, en wat ze later op school, bij de kruidenier en in de spiegel zien wel ’s pijnlijk groot kunnen blijken…

Het Kookboek voor Normale Kinderen

Het was hier even stil – verzin zelf een paar excuses met de woorden ‘werk’, ‘kind’ en ‘lui’ – maar dat wil niet zeggen dat mijn dochter geen eten heeft gekregen de voorbije maanden.

Mijn oproep voor gewone, haalbare recepten die tot de canon van elk doorsnee Vlaams gezin zouden moeten behoren, werd warm en overvloedig beantwoord. Ik probeer alles wat me leuk lijkt klaar te maken, dank voor je geduld. Inzendingen nog steeds welkom, hier lees je er alles over.

Het Kookboek voor Normale Kinderen bestaat intussen al uit:

Wordt vervolgd!

Fuck Granola

EN TOEN moest ze gezond eten. Ik beken: ik ben nog nooit om zes uur opgestaan om verse granola voor mijn dochter klaar te maken. Ik wist niet eens wat granola was, tot mijn beste vrienden het op een gemeenschappelijke vakantie aan hun kinderen voederden en ik het stiekem onder tafel googelde. Blijkt dat de halve westerse wereld zijn kinderen grootbrengt op een dieet van superfoods en veganistische natuurkost. Nou. Wij niet.

Lasse en co

Niet dat ik van slechte wil ben. Toegegeven, ik vind die hele door schaamte aangezwengelde cultuur van hardnekkig gezond eten maar niks. Het lijkt alsof mijn generatie er een sport van heeft gemaakt om bij elk bestanddeel van normale voeding een of ander modieus bezwaar te verzinnen. ‘We proberen chocolade zo lang mogelijk uit te stellen bij onze Lasse (want zo heet zo’n bakfietskind in mijn fantasie).’ Of: ‘Kinderen hebben echt geen vlees nodig om te overleven, hoor.’ En de ultieme eetlustbederver voor de bakkerszoon die ik ben: ‘Brood is vergif!’

2013-05-30-10-54-44
In mijn vrije tijd imiteer ik bekende boterhammen met choco.

 

Bull. Shit. Ik ben opgegroeid op een dieet van ongeveer alles wat nu niet meer mag van de Pascale Naessens van de dag, en ik ben géén door hart- en vaatziekten geplaagde randdebiel geworden. Als je de mening van sommige Studio Brusselluisteraars niet meetelt.

Beyond diepvriespizza

Maar het echte probleem is wellicht dat ik gewoon nooit heb leren koken. Pas op, ik heb best een goeie en nuttige opvoeding gehad. Maar ik kan me niet herinneren dat mijn grootmoeder of moeder, die drieëntwintig jaar lang elke dag keurig de traditionele voedingsdriehoek voor mijn neus hebben gezet, mij ooit hebben uitgelegd hoe je een omelet bakt. Nadat ik het huis uit was heb ik mezelf in leven gehouden met diepvriespizza, barbecue bij vrienden en het bedrijfsrestaurant van de VRT. Maar nu er een klein wezentje van mij alle bouwstenen moet krijgen om gezond en sterk op te groeien, is er meer nodig dan Dr. Oetker.

2016-09-04-12-51-17
Echte broccolisoep, zonder setdresser en topfotograaf? Ziet er zo uit. Mét peper en zout erin. Da’s zeker.

Dat lukt soms al aardig. Het is geen nouvelle cuisine, maar wel elke week lekkerder en gevarieerder. Ik reconstrueer door trial en error vooral de gerechten die mijn (groot-)ouders vaak klaarmaakten: spinaziepuree met worst, rijst met kip en ananas, verse broccolisoep met balletjes. We slagen er dankzij het Alpro-rek in de supermarkt zelfs in om Jasmijn lactose-arme kost voor te schotelen, want dat zorgt voor minder gedoe in haar pamper.

Niks is me daarbij heilig. Ik gebruik peper en zout. En boter. En eieren. En er zijn ook wel ‘s frietjes van de frituur, met een beetje mayo voor de fun. Jasmijn weet ook wat de woorden McDonald’s en Kinder betekenen.

Het Kookboek voor Normale Kinderen

Conclusie: goed koken voor je kind is niet makkelijk. Zeker niet als je allebei uit werken gaat, van nature geen keukenprinses bent, en je flipt wanneer je in het kookboek Chinese terminologie als ‘fruit de ui’ of ‘pocheer het ei’ tegenkomt.

Dus gaan jij en ik een deal sluiten. Jij krijgt mijn geheime recept voor de lekkerste (wellicht niet de gezondste) aardappelpuree die je kleintje ooit gegeten heeft. In ruil stuur jij me dat ene recept dat je zelf zo vaak voor je kind klaarmaakt dat je het kan dromen. Dat zo simpel is dat zelfs ik het snap. Liefst met weinig ingrediënten, en wat vals spelen met de diepvriezer of magnetron mag.  Kortom: realistisch koken, zonder schaamte, en voor dummies zoals jij en ik.

illu-puree
Ik kan geen hol koken, maar mijn puree is om kleine duimpjes en vingertjes bij af te likken.

Ik zal je recept zelf uitproberen, en indien goedgekeurd door Jasmijn komt het met jouw naam erboven op deze website. Zodat we samen een Kookboek voor Normale Kinderen krijgen. Je kan het hieronder posten, of naar me mailen op tom@entoen.be. Ook als je zoon Lasse heet of je zelf Pascale Naessens bent. Ik ben benieuwd!

 

Shit just got real

EN TOEN was er nog één taboe. Over werkelijk elk aspect van het prille ouderschap word je doodgemept met boeken, apps en meestal vrouwelijke collega’s die bol staan van het pedagogisch advies. Maar over één onderwerp hoor je niemand. Tot het te laat is. En dat moet stoppen. Dus spreek ik het hier voor het eerst luidop uit:

WAAR LAAT JE IN ‘S HEMELSNAAM JE KIND ALS JE DRINGEND MOET KAKKEN?

Wow, wow, niet lachen! Beeld je in dat je alleen thuis bent met een peuter van twee. Die heeft maar één minuut nodig om een My Little Pony door te slikken, je laptop als trampoline te gebruiken of door de brievenbus naar buiten te kruipen. En jij wil nu gewoon ’s effe vijf minuten rustig op die pot gaan zitten en je ding doen.

Potprivacy

Een zuigeling kan je nog immobiliseren, en slaapt bovendien driekwart van de dag. Maar een wandelend minimensje met een eigen willetje: wat doe je daarmee? Opsluiten of vastbinden zijn sociaal minder acceptabel. Er is maar één, schokkend antwoord: meenemen.

ILLU toiletpotje
De plaats van het onheil. Met aangepaste literatuur voor alle betrokkenen.

En zo, damesheren, werd Jasmijn De Cock de enige mens die mij op de porseleinen troon mag zien (en horen) zitten. Mijn man en ik hebben namelijk na elf jaar nog steeds de amoureuze woestijn van de openlijke ontlasting niet bereikt, en gelukkig maar. Als ik op de pot zit in de badkamer, komt er niemand in.

Maar Jasmijn dus wel. Toen ze nog in een wipper paste, kon ik haar desgewenst omdraaien, zodat ze niet recht in mijn ogen moest kijken terwijl ik allerlei aroma’s verspreidde. Later plantte ik haar midden in een berg speelgoed op de badkamervloer. Waarop mevrouw prompt naar de slecht sluitende badkamerdeur kroop, en die schaterlachend openduwde, zodat de overburen door het venster in de gang mee konden kijken naar die malle vader op zijn wc. De dag erna stond er een stevig babyhek voor de deur, en dat staat er nog steeds.

ILLU traphek
Joekel van een traphek. Zal ze leren. Dat van ons komt van BabyDan, kwaliteit dik ok, je kan uitbreiden en combineren zoveel je wil. Opvouwen en meenemen op autovakantie kan ook, lekker handig als je bijvoorbeeld een hacienda met zwembad huurt in de zomer.

Piemel! Piemel!

De uitdaging wordt met de tijd groter. Jasmijn is sinds haar tweede verjaardag erg geïnteresseerd in wat er zich allemaal op (en helaas ook in) die grote witte toiletpot afspeelt. Ik heb het al opgegeven om in haar bijzijn staand te plassen, want ze zou ongelukken doen om van dichtbij te zien hoe dat nu allemaal in z’n werk gaat. Dus gaat vake braaf zitten. Als ze zelf op het potje gaat, eist ze trouwens met een heel ernstig gezicht dat andere aanwezigen hun broek afsteken en eveneens op de pot gaan zitten. Als je dat niet doet roept ze heel hard ‘Piemel! Piemel! Vake piemel!’. Misschien dat we daar toch eens een dokter naar moeten laten kijken.

In een openbaar toilet is het nog erger. Die stresspuisten die jonge ouders hebben? Die zijn voor de helft van de panische angst dat hun kind aan de muur – of erger: de vloer! – zou likken terwijl het in een vunzig toilethok staat te wachten tot je klaar bent. Ik betaal altijd met plezier een toiletdame voor haar diensten, maar als ze er kortstondige kinderopvang bij zou nemen, mag ze gerust een nul achter haar prijs zetten.

De allergrootste stressfactor is echter: hoe lang moet je die schending van je fecale privacy verdragen? Mag de toiletdeur weer op slot wanneer ze pakweg zes zijn? Of achttien? Ik hoop alleszins nog van wat me-time te kunnen genieten voor ik negentig ben en zíj míjn kont moet komen vegen.

En toen droeg ze crocs

EN TOEN droeg ze Crocs. En die zijn er niet gekomen door mijn clichématige smakeloosheid of wreedaardige projectie van eigen verlangens, maar wel omdat papa en vake een paar lessen geleerd hebben over kinderschoenen.

Vijf harde – en niet-gesponsorde – waarheden over kinderschoeisel:

  1. Kinderschoenen zijn als konijntjes

Ze liggen daar in de winkel. Zo klein en schattig. En ééntje kan toch geen kwaad. Of twee. En voor je het weet zit je met een halve boerderij en bijhorende kater. De waarheid is dat de meeste van die schattige schoentjes, en zeker die van grote kledingmerken, helemaal niet geschikt zijn als eerste stapschoenen. Laat je dus net als ik lekker gaan bij Adidas en Nike, zeker in die hele kleine ultraschattige maatjes, maar zodra je kind echt aan het lopen gaat, moet je even ernstig worden.

  1. Sluit al maar een lening af

Voor een echt goed paar kinderschoenen betaal je minstens 100 euro. Ze zijn stevig, wendbaar, orthopedisch verantwoord, van onverwoestbaar leder. En ze gaan met wat geluk een halfjaar mee. Die ondingen die je ouders in de jaren tachtig of negentig met spuuglelijk brons hebben laten overgieten? Die dus. Laat je niet leiden door merknamen; van de meeste schoenfabrikanten in die afdeling heb je nog nooit gehoord.

  1. Meten is weten

Het bepalen van de schoenmaat van je kind doe je niet door er een schoen tegen te houden en er dan maar een gooi naar te doen. Leerde ik van mijn schoonmoeder, nadat ik er zelf een gooi naar had gedaan. Het veiligst, makkelijkst en sympathiekst is: langslopen bij je lokale schoenboer, daar door een ervaren verkoopster de voeten van je kind laten meten, en dan kiezen uit de wellicht beperkte voorraad. Heerlijk antifomomoment. Eens je de schoenmaat van je kind kent kan je je laten gaan op Zalando, maar weet dat er zeker bij die kleine voetjes veel rek op de pasmaten zit.

crocspijlen
Dat daar? Dikke vette Crocs. En goed ook.
  1. Hippe schoenen? Goed voor de koffiebar.

Je kind heeft idealiter één paar Schoenen Van Het Moment: de hierboven beschreven degelijke stappers, waarin het naar hartenlust kan groeien en stoeien. Al de rest zijn stoefschoenen. De hipstersneakers die je speciaal uit NY hebt laten overvliegen – samen met een identiek paar in je eigen maat – houd je voor wanneer je je kind aan vrienden showt in de koffiebar. Vooral doen ook: voor je het weet zijn ze zes en gaan ze dragen wat zij mooi vinden.

  1. Crocs zijn wél schoenen

Jani Kazaltzis draait zich om in zijn graf: ik ben een enorme fan van Crocs. Zou ze zelfs niet dragen als het de laatste schoenen op aarde waren, maar voor kinderen zijn ze weergaloos in comfort en gemak. Makkelijk aan en uit, vederlicht, lekker luchtig maar tot stevig, makkelijk schoon te maken, en je loopt er zo mee door de branding van de oceaan. Jasmijn draagt op zonvakantie bijna niks anders, tenzij we wat verder stappen en ze haar Schoenen Van Het Moment aan moet. Ik heb het nu niet over de doorgezakte, kauwgombalroze proletariërsklompen die Crocs lang waren. Wel over leuke hippe gele, in combinatie met een fleurig jurkje. Of het knalrode sandaalmodel onder haar eerste bikini. Ben nog geen enkel ander merk tegengekomen dat zo onverwoestbaar en euhm… mooi was. Sorry Jani.

Help, mijn peuter is sociaal!

EN TOEN kon je mijn piemel zien. Ik kon echt aan niks anders denken. We kenden elkaar ongeveer één minuut. Toch hielpen we elkaars nageslacht op en af de glijbaan in het publieke peuterzwembad van Schoten. Ik: witte bonenstaak, roze tepels, manboobs en een beginnend buikje, waardoor de elastiek van mijn Björn Borg-speedo steeds omplooide. Zij: mooie vrouw van midden twintig, Rubensiaanse rondingen onder haar bescheiden badpak. Haar man: uitvoerig betatoeëerde boom met een ringbaardje, net als ik duidelijk compleet verkrampt in zijn verplicht minuscule sportzwembroekje. Wie heeft die hele kutregel toch ook ooit uitgevonden?

Tegenwoordig zwaait Jasmijn naar alles en iedereen, en zelfs de diepdroevigste sociaal apathische outcasts van ’t Stad kunnen niet anders dan terugzwaaien.

We stonden tot net boven onze enkels in het water (nu ja: kinderpis, neem ik aan). We voelden ons alle drie zweterig en lelijk, tijdens het uitwisselen van beleefdheden als ‘Amai, die mannekes gaan goed slapen!’, ‘Maar wij ook hoor!’ en ‘Hahaha!’. Ooit hadden we nog liever hondentestikels gegeten dan daar in die horrorbroekjes met al onze vormen zichtbaar te staan. Maar hun tweeling en mijn Jasmijn renden gillend achter elkaar aan, en dus slikten we onze trots door. We zouden elkaar toch nooit meer terugzien. Tenminste, ik hén niet, maar zij mij duidelijk wel, want ze hadden al na drie minuten door dat ik niet de meest alledaagse job heb. Awkwardness overload.

Het is in de voorbije twee jaar sluipend gegaan. Vroeger zou ik zwijgend naar mijn telefoon gekeken hebben terwijl de kassier in de Colruyt mijn boodschappen van de ene kar naar de andere verstouwde. Vandaag liet hij Jasmijn met zijn barcode-pistool spelen, en lachten we samen een potje. Ook toen bleek dat de rekening 196 euro bedroeg (dank u, Pampers en Nestlé).

Ik heb jaren met mijn neus naar de grond rondgelopen in Antwerpen-Noord, meestal in de hoop dat de junks en weirdo’s me met rust zouden laten. Tegenwoordig zwaait Jasmijn naar alles en iedereen, en zelfs de diepdroevigste sociaal apathische outcasts van ’t Stad kunnen niet anders dan terugzwaaien, tandenloos glimlachend. Sommigen knopen een praatje aan. Eerst in de universele taal van lachen en handgebaren met haar, dan in hun gebroken Engels met mij.

Die vanzelfsprekende manier waarop een baby je opnieuw dichter bij je ouders en familie brengt. Of ervoor zorgt dat je op een doordeweekse middag met je schoonzus indiaangewijs door de keuken huppelt.

Het badkamerraampje van onze achterburen kijkt uit over ons terras. Voor Jasmijn er was wisselde ik hooguit eens een glimlach uit met het bejaarde vrouwtje dat haar hoofd er occasioneel door naar buiten steekt. Sinds Jasmijn gisteren een halfuur met haar brabbelde, weet ik dat ze Raymonde heet, en 89 is, en ongeveer elk huis in onze straat heeft weten bouwen. En dat ze bovenop haar wc moet gaan staan om haar hoofd ver genoeg uit het raampje te krijgen.

De tientallen onwaarschijnlijke contacten die ik heb overgehouden aan de hele adoptieprocedure. Spoorarbeiders, historici, floristen, moordrechercheurs. Zou ik zonder Jasmijn nooit ofte nimmer zijn tegengekomen, laat staan dat er wederzijdse appreciatie ontstaan zou zijn. De gemoedelijke sfeer die er heerst wanneer ik hier op de hoek van de straat met Jasmijn de apotheek binnenloop. De koetjes en kalfjes die je uitwisselt op de tram omdat mensen iets over je kind vragen. Die vanzelfsprekende manier waarop een baby je opnieuw dichter bij je ouders en familie brengt. Of ervoor zorgt dat je op een doordeweekse middag met je schoonzus indiaangewijs door de keuken huppelt, omdat je dochter dat hilarisch vindt.

En dan moet het wachten aan de schoolpoort met andere mama’s en papa’s nog komen, volgend jaar. En de ontmoeting met haar eerste lief, een paar weken later.

Het was altijd mijn ambitie om Jasmijn alles te tonen en door te geven wat mijn wereld haar te bieden heeft. Alleen had ik er geen rekening mee gehouden dat ze zo actief en zo gepassioneerd net hetzelfde zou doen. Ik verleg elke dag grenzen, omdat zij me dwingt. Ik voed mijn dochter op, en zij mij. En we hebben allebei nog genoeg te leren om daar de rest van ons leven zoet mee te zijn.

Opvoeden zonder apps? Niet doen.

EN TOEN kon ze swipen. Het duurde een jaar voor Jasmijn mijn Samsung eindelijk niet meer uitsluitend zag als een aangenaam afgerond ding om op te kwijlen en kauwen. Dat liet ik haar overigens niet echt doen, want zo’n zichzelf richting een meter tachtig celdelende baby en straling: die houd je best een eindje uit elkaar. Boerenverstand. Maar zodra ze begreep dat er een hele wereld van kleuren, pratende poesjes en K3 in dat malle apparaat zat, was het niet meer uit haar dagelijkse speelarsenaal weg te denken. ‘Boe, slechte vader!’ roept de goegemeente nu. Dikke onzin: dood aan de anti-technologielobby! Wie opvoedt zonder apps, slaat een deel van de leercurve over.

Spring hier rechtstreeks naar Jasmijns lijstje van favoriete apps.


Bestiale porno

Tenzij je in een commune woont of met een Daihatsu Move rijdt (of allebei, dan mag je dit artikel integraal overslaan), ziet je kind je al van in de wieg om de drie minuten je mail checken of de zoveelste babyfoto op Facebook zetten. Op school komt er vandaag al geen krijtje meer aan te pas, en stilaan wordt in het onderwijs en de meeste bedrijfstakken een goed evenwicht gevonden tussen zelf denken en googelen.

Kortom: of je dat nu leuk vindt of niet, digibeten worden wellicht geen eerste minister in 2050.

Dat hoeft allemaal zo erg niet te zijn. Ontwikkelingspsychologen zijn het erover eens (heb ik onthouden uit een debat met o.a. de befaamde kinderpsychiater Peter Adriaenssens in 2015) dat spelend leren op een tablet je kind alleen maar ten goede komt. Niet als je het zes uur lang naar bestiale porno laat surfen, wel als je het met de juiste apps gedoseerd laat experimenteren. Niet als je het op restaurant in een hoek parkeert met je telefoon, om niet gestoord te worden bij het derde digestief, maar wel als je samen op ontdekkingstocht gaat.

1995-move-11
Daihatsu Move (ware grootte)

Verliefd op een poes

Jasmijn vond het al vroeg grappig om naar filmpjes van zichzelf te kijken, of samen selfies te maken. Tegen de tijd dat ze anderhalf was kon ze door de foto’s op mijn smartphone swipen, en wist ze dat het goed nieuws was als er een pijltje verscheen, want als ze daarop duwde begon er een filmpje te spelen.

Daarna werd ze verliefd op de sprekende poes Talking Tom, die met een piepstemmetje alles herhaalt wat je zegt, en die je vooral ook tegen de grond kan meppen met een paar welgemikte vingerbewegingen. Gierende pret.

Als ik je een tip mag geven: koop die app effe voor die paar schamele euro’s, je uk kan nog niet like a boss reclame wegklikken zoals jij en ik.

Zesduizend pizza’s aub

Hoewel mijn man uitbater is van de grootste kinderzender van Vlaanderen, liet Jasmijn lineaire televisie al snel links liggen. Door samen op Youtube rond te klikken leerde ze zelf kiezen wat ze wou zien. Ze ontdekte door observatie dat ze mijn smartphone of iPad moest kantelen om beter te kunnen zien. En als het haar niet aanstond, wist ze dat ze op die ene zwarte knop onderaan moest duwen, zodat ze een andere app kon uitzoeken. Het werd een heerlijk spel van trial en error.

Uiteraard neem je je voorzorgen. Je zet je apparaat in vliegtuigmodus, zo kunnen er geen ongelukken gebeuren met je opgeslagen Visa-gegevens – voor je het weet heb je zesduizend pizza’s besteld. Je Ipad heeft een blokkeerstand (drie keer op de homeknop duwen) zodat je peuter niet meer uit de openstaande app geraakt. Je Samsung heeft een fantastische Kids-stand: je gsm wordt een kindertelefoon, met een eigen homescreen en een selectie aan aangepaste apps. Goed voor uren schadeloos ravotten.

2015-09-27 12.10.27
Zappen op tv? Dat doet ze door op te staan en over het scherm te vegen. Ik volg haar commando’s met de afstandsbediening, vanuit de sofa.

Hier vind je een lijstje van Jasmijns favoriete apps voor tablet en smartphone.

Een baby is geen enkelband

EN TOEN ging ze op reis. De meeste jonge vaders krijgen zweterige nachtmerries van de gedachte dat zij het ooit zouden zijn: die kerel met het krijsende kind, midden in de nacht, op een langeafstandsvlucht in een veel te krappe economy class. Maar bij Maarten, Jasmijn en mezelf bleek dat vliegen geweldig mee te vallen. Bovendien: kinderen tot twee jaar reizen gratis op je schoot mee, waar je ook heen gaat. Hun bagage ook. Niet op je schoot, maar wel gratis, bedoel ik. Reden genoeg om de wijde wereld in te trekken met je mini. Ik maakte de volgende fouten al in jouw plaats.

Spring hier meteen naar mijn Maniakale Inpaklijstjes.

Zoek uit of er op je bestemming een wasmachine staat. Als dat het geval is, neem dan bagage mee voor maximum één week, wat je reisduur ook is.

Inpakken en wegwezen

Een goeie voorbereiding is het halve werk. Wees realistisch. Vermijd stress en gedoe op de luchthaven, zodat je je in alle rust kan concentreren op je kind. Je kan alles doen zoals je het gewoon bent, maar minder geïmproviseerd. Je kan nog steeds met je baby gaan liften, maar er zal wel een kinderstoel mee moeten. Die stijl. Neem voor alles de tijd. Liever wat wachten en spelen, dan moeten rennen om je vlucht te halen. Gun jezelf bij overstappen en transfers genoeg speling; het is vakantie!

Met een baby wil je lichtgepakt reizen. Wij gingen met twee mannen en een heel klein vrouwtje (van anderhalf) een maand naar Argentinië met twee bescheiden reistassen, elk een kleine rugzak en een compacte kinderwagen. Stouw je geërfde Samsonites niet vol met je halve geboortelijst. Zoek uit of er op je bestemming een wasmachine staat. Als dat het geval is, neem dan bagage mee voor maximum één week, wat je reisduur ook is. Pak ook geen oorlogsvoorraden mee van dingen die je op vakantie kan kopen: luiers vind je zelfs in het kleinste boerengat, en indien niet kan je ’t altijd eens proberen met dezelfde bananenbladeren als de locals.

20160525_104229
De lifehack van het lichtgepakt reizen: een wasmachine en een Middellandse Zeebries.

Vliegtuigfaciliteiten

Gangpad of raam? Er is voor allebei iets te zeggen. Je moet regelmatig opstaan en kan alle ruimte gebruiken, dan is een stoel bij de gang handig. Maar om een knus hoekje met niet teveel afleiding te creëren waarin je baby misschien een uiltje wil vangen, is een raamplekje veiliger. Ook handig om weten: alle vliegtuigen hebben minstens één toilet met uitklapbare babyverschoningstafel. Indien niet mag je je baby vast even verluieren in de cockpit, gewoon vragen.

Bij het opstijgen en landen gaat je kind op schoot, met zijn of haar rug tegen je buik. Je krijgt van het boordpersoneel een rode veiligheidsriem die aansluit op de jouwe. Laat je baby tijdens het klimmen of dalen zoveel mogelijk drinken of eten, dan voorkom je al veel van de oorpijn. Rustgevend praten of een liedje neuriën tijdens de enge stukken van takeoff of touchdown helpt ook.

Inflight entertainment

Vergeet de illusie dat je met je kind kan rondwandelen op het vliegtuig. Zelfs in een groot toestel is dat een lastig gedoe. Het entertainment op je stoel – die je deelt met je kind – is dus van levensbelang. Als je nog geen tablet hebt: kopen of lenen, en er een shitload aan leuke apps op zetten voor de mini én voor jezelf. Tijdens de vlucht moet je niet opvoeden: als je een uur kan doden met Pingu op repeat, hoef je je daar niet schuldig over te voelen. Vul de helft van je rugzak met populaire speeltjes. Voor een lange vlucht kan je ook iets nieuws kopen, dat je kleintje op een lastig moment tijdens de reis uitpakt en ontdekt: weer een halfuur dood.

Het belangrijkste entertainment voor je kind ben je zelf. Dit is geen vlucht waarop je rustig de krant kan lezen. Met een spelletje kiekeboe, samen uit het raam kijken, gekke liedjes zingen of gewoon gezellig knuffelen ben je algauw een kwartier verder. Een verhouding van twee volwassenen voor één kind is wenselijk. Ik heb ooit in mijn eentje acht uur lang op een TGV gezeten met Jasmijn, en dat was niet onaangenaam, maar als je naar het toilet moet, moeten je baby én al je waardevolle spullen mee. Dat kakt niet meteen lekker. Als je af en toe eens kan wisselen van wacht, dan kan die krant misschien toch nog, en een uurtje slaap of zelf een film kijken misschien ook.

De kans dat je baby de hele vlucht slaapt is bijzonder klein. Als je die waanidee op voorhand opgeeft bespaar je jezelf een hoop frustratie. Maar je kan het wel proberen. Houd je zo goed je kan aan het slaapritueel van thuis: flesje drinken (flesvoeding mag mee in je handbagage, ook vloeibare), tandjes poetsen, slaapzak aan, nog een Bumba of een Uki kijken, en dan in de armen van papa indommelen. Het lukte ons met veel moeite uiteindelijk telkens minstens voor een paar uur. Als het niet lukt: loslaten, en desnoods tien uur lang spelletjes blijven verzinnen. Fingers crossed.

Blijven lachen

Het helpt ook om een kindvriendelijke maatschappij te kiezen voor je vlucht. Niet dat er uitbaters bestaan die je baby door hun vacuümtoilet proberen te duwen, maar er zijn er die een betere reputatie hebben dan andere.

Voor korte Europese vluchten viel Ryanair beter mee dan je zou denken. Je baby reist niet alleen gratis maar mag ook twee stukken bagage meenemen, autostoelen en kinderwagens inbegrepen. Aan boord moet je zoals steeds je plan trekken, maar de crew was steeds erg vriendelijk. Bij Jetair werd Jasmijn van begin tot eind in de watten gelegd, en werd ons spontaan een andere zitrij aangebonden omdat daar nog lege stoelen waren. Ook Brussels Airlines heeft een erg goeie reputatie wat kindvriendelijkheid betreft, maar daar hebben we zelf nog geen ervaring mee.

Voor transatlantische vluchten vonden mijn man en ik KLM Royal Dutch Airlines erg aangenaam. Schiphol is niet ver met de trein. Je krijgt voorrang bij het inchecken en instappen. Baby’s tot een jaar krijgen een wiegje om in te slapen. Hoewel er op onze vlucht dertig (!) kleine kindjes zaten, werkte het personeel zich uit de naad om flesjes op te warmen, koekjes en sapjes rond te dragen, en af en toe eens breed lachend te komen kietelen. De baby. Mij niet, helaas. Het helpt wellicht bij elke airline als je zelf ook vriendelijk bent, trouwens. En bij het uitstappen kwam er een steward achter ons aan gelopen met een zelfgemaakt vliegbrevet voor Jasmijn, dat ons tot tranen toe ontroerd heeft.

vliegbrevet
Het is geen levenslange free boarding pass, maar toch ook lief.

Tips en tricks voor efficiënt inpakken als je op reis gaat met je mini? Ziehier de checklist!